Degas en de balletmeisjes (2)

Om de schilderijen van Degas en de balletmeisjes goed te kunnen begrijpen is het nodig om iets over de context te weten. Die context betreft de tijdsgeest van de jaren ’50 van de negentiende eeuw, waarin mannen en vrouwen in gescheiden werelden (domeinen) leven.

Gescheiden domeinen

De wereld werd bekeken door de ogen van de westerse, blanke, christelijke midden-en hogere klassen. Het domein van de (gegoede) man, en dus van Edgar Degas (Parijs 1834- Parijs 1917), was de openbare ruimte. Hij kon gaan en staan waar hij wilde, hij was gezinshoofd, kostwinner en beheerder van geld en goederen (ook van zijn vrouw). Mannen konden studeren, werken en vrijelijk uitgaan, alleen of in gezelschap.

Het domein van de (gegoede) vrouw was thuis. Haar primaire functie en taak, haar ware aard, lag in de zorg voor man en kinderen, voor de huishouding. Binnen haar huis en tuin had ze vrijheid om te gaan en staan. Wel moest ze toestemming van haar man hebben voor alle uitgaven en aankopen. Buitenshuis ging ze nooit alleen; een nette vrouw kon alleen de straat op met een chaperonne of haar man en kinderen. Vrouwen hadden geen recht op onderwijs, mochten niet werken en hadden geen eigen bezittingen.

Prostitutie

Vrouwen die wel op straat kwamen waren werkvrouwen, dienstbodes, marktvrouwen en prostituees. Nadat keizer Napoleon III de prostitutie had gelegaliseerd, verschenen ook zij volop in het straatbeeld. De in geldnood verkerende vrouwen waren herkenbaar aan allerlei zaken: ze liepen alleen over straat, vaak in de goot, droegen make-up (lipstick), tilden hun rokken op (lieten hun enkels zien) en keken mannen recht in de ogen. Loslopende vrouwen “vroegen erom”. Prostitutiebezoek was voor mannen zeer gebruikelijke en geaccepteerd; het bloed moest stromen “om krankzinnigheid te voorkomen”. Daarbij was het een nobele zaak om “aan geld behoeftige vrouwen te helpen”. Onnodig te zeggen dat syfilis volksziekte nummer 1 was en dat krankzinnigheid dus juist de eindbestemming van velen was.

Werkende vrouwen kregen systematisch veel minder betaald dan mannelijke collega’s.* Deze lonen werden met opzet laag gehouden om o.a. bijverdiensten te stimuleren. Dit gold zeker voor actrices, zangeressen en ballerina’s: alles wat op het podium haar brood probeerde te verdienen was genoodzaakt die bijverdienste te accepteren. De zaal van de Opera was gevuld met heren die tijdens de voorstelling al konden bieden op hun favoriete danseresje: de hoogste bieder mocht van haar diensten gebruik maken en stond al vaak in de coulissen te wachten.

Modernisme

Degas schilderde, net als vele van zijn Impressionistische tijdgenoten deze nieuwe, moderne tijd. In zijn schilderijen vind je talloze verwijzingen naar dit modernisme. De schaduw in de coulissen krijgt, met deze wetenschap, een heel andere betekenis. Hetzelfde geldt voor beroemde schilderijen van Manet en Renoir: we kijken recht in de ogen van de lichte zeden.

*De Suffragettes (eind 19de en begin 20ste eeuw) hebben volop gestreden voor gelijke lonen en rechten, mede om een einde te maken aan de (maatschappelijk) gedwongen prostitutie = begin van de emancipatie van vrouwen in het Westen.

Afbeelding: Dansers Roze en Groen in de Opera van Parijs (Edgar Degas ca. 1890)

Reageren op dit artikel? Klik dan hier.